Posts tonen met het label NY. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NY. Alle posts tonen

donderdag 8 april 2010

Hotel

De afgelopen weken was mijn kamer een hotel. Ik leende kussens en luchtbedden, en stopte de inmiddels te winterse kleren in de koffer die onder mijn bed ging, om ruimte te maken in de kledingkast voor de spullen van mijn gasten. Eerst twee, en toen nog eens drie vriendinnen bezochten de stad. En mij, natuurlijk. En ik kon de verleiding het grootste deel van de tijd niet weerstaan: Ineens had ik buiten mijn uren college helemaal niet honderden pagina’s te lezen en drie papers te schrijven, maar kon ik best om 3 uur ‘s middags in SoHo zijn. Vastbesloten om ze te laten meegenieten van de hippe restaurants en cocktails hier, gaf ik meer geld uit dan goed voor me is. Gezien de vele ritten downtown had ik net zo goed ook 7-daagse metrokaarten kunnen kopen. Maar door alles wat we samen meemaakten was het helemaal de moeite waard. Wat fijn om in het Nederlands lange gespekken te voeren, en om ons samen, met een glas Prosecco binnen handbereik, op te tutten voor een avondje New York!

De eerste nachten dat we met z’n tweeën of zelf drieën op mijn kamertje lagen, ging het allemaal best goed. Met een stoel en een normaal bed, konden we allemaal zitten. De twee laptops en vier mobiele telefoons konden bijna allemaal tegelijkertijd op het internet en de stopcontacten aangesloten worden. Na zelfs het een ander in huis te hebben gehaald, konden we zowaar redelijk comfortabel gezamenlijk ontbijten.

Tegen het einde van de verschillende verblijven werd het allemaal iets lastiger. Allemaal waren ze met relatief lege koffers gekomen. Met het vorderen van hun trip werd de vraag of die koffers ooit nog wel dicht mee terug zouden kunnen echter steeds relevanter. Fifth Avenue en SoHo, en in het bijzonder de Abercrombie, Victoria Secret, Macy’s en de Ugg Store, zorgden ervoor dat mijn kamer meer en meer op een pakhuis ging lijken. Bergen ondergoed, Uggs, vesten en andere veel-goedkoper-dan-in-Nederland-aankopen vulden de kleine ruimte. Struikelend over alles wat mee terug naar Nederland moest, grapte ik dat ik in het ergste geval best wat dingen wilde aanwijzen die ze achter mochten laten.

En nu zit ik weer alleen tussen mijn eigen troep. Lekker rustig, dat wel. Maar vooral ook blij uitkijkend naar de tijd dat we weer gezellig in Nederland terrasjes kunnen pakken en etentjes kunnen organiseren. En, de komende weken even geen ‘schuldgevoel’ als ik in aanloop naar mijn tentamens alles wat New York te bieden heeft, even aan me voorbij laat gaan.

woensdag 24 maart 2010

Master Class

Op de website stond dat de Master Class “open level” was. Dus ik dacht dat ik het allemaal wel aan zou kunnen. Op woensdag was ik naar een geweldige voorstelling geweest van Keigwin + Company, in het Joyce theater. Keigwin + Company is een modern dansgezelschap dat hedendaagse en provocatieve voorstellingen maakt. Hun “Caffeinated” barstte van de energie. Zeker als coffee addict wonende in New York, waar haast en koffie en drukke straten hand in hand gaan, kon ik me helemaal in Keigwin’s beeld van de moderne mens vinden.

Maar goed, op vrijdag zou een choreografe van het gezelschap dus een Master Class verzorgen. Toe aan wat beweging en benieuwd naar de filosofie achter het energieke dansen, meldde ik me op het laatste moment toch maar aan. Ik keek uit naar de spierpijn, al was het maar om alle spieren die momenteel niet zoveel te verduren krijgen weer eens goed te voelen.

En ik kreeg wat ik wilde. De twee uur durende les bleek allesbehalve “open level” te zijn. De deelnemende dansers waren stuk voor stuk jong, enorm fit en grotendeels op weg naar een eigen professionele carrière. Ik had al anderhalf jaar geen moderne les gehad. Natuurlijk herkende ik het vocabulaire van de moderne dans, en mijn lichaam deed dat ook – tot op zekere hoogte dan. Wat ik met de op hoog tempo ingestudeerde combinatie deed was dan wel lang niet zo sophisticated als wat de dansers ervan maakten, maar dat gaf eigenlijk niet zo. Ten eerste kon het me niet zoveel schelen wat zij, en de choreografe, van mij dachten – ik hoefde op niemand indruk te maken. Bovendien had ik me in tijden niet zo goed gevoeld als toen ik daarna in de stralende zon over Times Square strompelde, en merkte dat mijn tenen niet helemaal meer heel waren. Toegegeven, het niveau heeft me een beetje ontmoedigd om snel weer aan een dergelijke Master Class deel te nemen. Maar volgend jaar, of gewoon op mijn kamer, ga ik zeker weer dansen!

vrijdag 12 maart 2010

Ervaringen

We hadden om 10 uur, zondagochtend, afgesproken bij het Guggenheim. Een wat mij betreft verplicht onderdeel van mijn ouders’ verblijf in New York. Ook al had ik de tentoonstelling ‘Paris and the Avant-Garde’ zelf nog niet gezien, ik had ze een slingerende tocht door het bijzondere gebouw, langs kleurrijke werken in het vooruitzicht gesteld. Na binnenkomst bleken de muren leeg. Wit en leeg.

Ik dacht nog: Dat is stom, nu komen we precies op de dag dat ze van tentoonstelling aan het wisselen zijn. En: natuurlijk laten ze het museum dan open, het gebouw is immers interessant genoeg. Maar nee. Het stel wat op de grond in slow motion over elkaar heen kronkelde was daar niet spontaan gaan liggen. Toen na vijf meter langs de witte muren een enthousiast jongetje zich voorstelde, ons meetrok en vroeg ‘What is progress?’, bleek dat we vandaag zelf onderdeel van de ‘tentoongestelde’ kunst waren.

Meelopend met verschillende mensen, die plots achter pilaren verdwenen waarna de volgende klaarstond met opnieuw een vraag die tot spontane discussie en reflectie leidde, cirkelde ik naar boven. Me afvragend waar het nu eigenlijk allemaal om ging hier, las ik daarna pas de beschrijving van hetgeen gaande was. Tino Sehgal construeert situaties en gebruikt musea en soortgelijke locaties voor een actieve, in plaats van een meer passieve kunstbeleving. Eigenlijk wel bijzonder om hier zomaar ‘in te lopen’ en zonder voorkennis overrompeld te worden. En inderdaad: dit bezoek aan het Guggenheim was een totaal andere ervaring dan de eerdere.

En dat geldt eigenlijk een beetje voor de hele afgelopen week. Met mijn ouders deed ik de dingen waar ik nog niet eerder aan toegekomen was – naar Top of the Rock, naar een Broadway show, naar Brooklyn Heights. Maar ook sleepte ik ze mee naar plekken waar ik al een, twee, of drie keer was geweest. En toch was het totaal anders om met hen door Harlem te lopen, Nederlandse topstukken uit de collectie van het Met te bekijken, of te ontbijten in het “gratis refill en dikbelegde sandwich”-koffietentje waar ik graag mijn leeswerk doe. Nieuwe dingen vielen op en aan het einde van de dagen dat ik braaf op de Campus was blijven hangen, konden mijn ouders me vertellen wat ik eigenlijk toch ook nog wel moet zien en doen. Ik heb New York weer wat beter, en ook anders leren kennen. En ik heb ervan genoten.

vrijdag 19 februari 2010

Fast Food & Vasten

Buiten de VS leeft het idee dat vrijwel iedereen hier met overgewicht kampt. Films en documentaires laten Amerikanen zien die leven op fast food en alleen nog in joggingbroeken passen. Maar net als op zoveel andere vlakken is New York ook in dit opzicht anders. Iemand die hier woont is “New Yorker” en niet zozeer Amerikaan. Je ziet hier niet alleen een enorm scala aan nationaliteiten, maar ook op het gebied van fysieke verschijning – en modegevoel – kun je het zo gek niet bedenken of je komt het tegen. Te dikke mensen zijn er hier absoluut genoeg. Een paar blocks bij mij vandaan, waar je in hartje Harlem terechtkomt, zie je ze op elke hoek van de straat. Wat bevestigt dat het probleem alles met klasse en inkomen te maken heeft. Maar in andere delen van New York is het straatbeeld volledig anders.

Toch is New York in het geheel niet de ideale plek om te vasten. Want waar je ook komt, eten is overal. In de twee minuten die ik naar Law School moet lopen kom ik al een 24-uurs deli en een koffie/bagel/donut kar tegen. Op andere plaatsen in de stad is het nog veel erger en vliegen allerlei verschillende etensluchten je letterlijk om de oren. Consumeer! Eet!

Niettemin is vasten het proberen waard. Want waar eten dan misschien heel aanwezig is hier – religie is dat ook. De kerk hier om de hoek wordt sinds enkele dagen opgesierd door een groot spandoek met “Lent 2010,” en om mij heen vind ik meerdere enthousiastelingen.

En ja, ik heb ook carnaval gevierd. Al met al een goede gelegenheid dus om een aantal hier aangeleerde gewoonten de komende weken weer af te leren. Niet meer naar de dagelijke free coffee and cookies-sessie, geen yoghurt-pretzels en blueberry scones meer voor mij. Maar wanneer in maart mijn ouders en vriendinnen langskomen, hoe kan ik ze dan de Magnolia Bakery laten zien zonder zelf ook voor een superzoete pastelkleurige cupcake te zwichten?

zaterdag 30 januari 2010

Warme winterjas?

Toen ik begin oktober mijn mooie rode jas kocht, werd ik erop gewezen dat ik daar de winter niet mee door zou komen. Niet de winter in New York, in elk geval. Sneeuw en vooral kou was wat ik verwachtte – en inderdaad ook dat ik misschien een tweede en dan echt fatsoenlijk dikke, waterdichte winterjas zou moeten aanschaffen.

Maar tot nog toe niets van dat alles. Het is hier zelfs zo goed uit te houden dat ik aan oorwarmers, mutsen en handschoenen in het geheel niet doe . Hoewel dat misschien wel een beetje samenhangt met het feit dat mutsen me niet staan en ik na een week een van mijn nieuw geshopte handschoenen verloor – had ik er nog steeds twee, dan zou ik ze stiekem wel gebruiken, ja.

Het sneeuwde hier wel, in december. Maar vergeleken met de winterse buien in Nederland stelde het eigenlijk niets voor. De foto’s die ik in december van een besneeuwd thuis maakte, zijn indrukwekkender dan die van een wit New York. En nu, in januari, geniet ik van het frisse maar zonnige weer. De paar dagen die ik met wat studiegenoten op de Bahama’s doorbracht voordat we voor het tweede semester de vrieskou in New York in dachten te moeten, waren wanneer het op lichttherapie aankomt min of meer overbodig. De stralende luchten hier geven voldoende energie om er dagelijks op uit te trekken. Met slechts een trui aan joggen in Central Park is de beste manier om de dag te beginnen.

Toegegeven, sinds een dag of twee is de wind freezing en de kou snijdend. De voorspellingen zeggen dat dat nog wel even zo zal blijven. Maar ik ben er zeker van: een nieuwe winterjas gaat er dit jaar niet meer komen. De komende dagen maar gewoon even de warme bieb in, met uitzicht op een ongetwijfeld heerlijke New Yorkse lente.

dinsdag 26 januari 2010

"Heimwee"

Aan heimwee doe ik niet echt. En dat komt niet omdat ik hier koelbloedig mijn familie, vrienden, en het knusse Nederland vergeet. Ik heb genoten van de kerstvakantie; van het bijkletsen, de feestdagen, en gewoon het thuis zijn in de rustige polder. Toch zorgen skypen, chatten en bellen – en natuurlijk ook de hier gemaakte vrienden en het bruisende stadsleven – ervoor dat ik me vervolgens allesbehalve verloren voel na terugkomst in New York.

Toch zijn er bepaalde momenten waarop ik een soort van “heimwee” naar Nederland ervaar. Waar de nog altijd zichtbare historie van deze stad me eigenlijk continu aan Nederland zou moeten herinneren – met “Haarlem” om de hoek en wekelijks de taxichauffeur instruerend dat ik naar “115th & Amsterdam” moet – mis ik Nederland eigenlijk het meest tijdens mijn museumbezoekjes. Zo waren er de Vermeer’s in “The Frick Collection” en tijdens een speciale tentoonstelling in het "Met", die me deden zweren dat de Nederlandse luchten en het Hollandse licht uniek zijn. En vorige week, nu de rustige start van het tweede semester mij weer toestaat volop gebruik te maken van de gratis entree die mijn Columbia-studentenpas me verschaft, zag ik in het Museum of The City of New York een film over de historie van de stad waarin de Nederlandse wortels prachtig werden verbeeld. Bovendien was er een New York’s/Nederlands 17e eeuws interieur te bewonderen, inclusief “kasten” en wat al niet meer. En dan het MoMA, waar de Van Gogh’s tussen alle andere grote meesterwerken telkens opdoemen achter een onevenredig grote groep toeristen en andere museumbezoekers. Waarbij ik de neiging om kleine Amerikaanse jongetjes uit te leggen dat “wij in Nederland” Van Gogh – met zowaar twee keer die onuitsprekelijke “G” – zeggen, maar nauwelijks kan onderdrukken.

Misschien is heimwee niet helemaal het goede woord. Misschien is het meer iets van – ik durf het bijna niet te zeggen – trots op Nederland. Tussen alle internationale medestudenten word je al snel geassocieerd met het land waar je vandaan komt. Wanneer het om die luchten en penseelstreken gaat, vind ik dat helemaal niet erg.

zondag 11 oktober 2009

Bezoek

Ik heb bezoek! En toevallig maakt Chelle graag en veel mooie foto's. Zie haar blog ('Spotted pig') voor een impressie van dag 1.

dinsdag 29 september 2009

Rooftops, enzo

Ik kan dan wel net doen alsof ik hier alleen maar fancy feestjes afloop en in leuke jurkjes fijne cocktails drink, eigenlijk is dat niet helemaal waar:
Ja, ik was daar. At that very moment - zoek maar goed. Sterker nog, ik heb op zaterdagochtend na een iets te korte nacht twee uur in de rij gestaan om daar te kunnen zijn. Want wie durft te ontkennen dat of het nou in een schuur, op societeit of in een foute Duitse kroeg is, genoeg bier en de juiste 'Stimmung' wonderen doen?
Gelukkig verbreed ik toch ook op uitgaangsgebied mijn horizon. Figuurlijk (van Braziliaanse tenten tot Amerikaanse Sports Bars..) maar ook letterlijk, want wauw, wat een fantastische rooftops hebben ze hier!
Meestal vergeet ik mijn camera, of vergeet ik foto's te nemen. En vaak is dat maar goed ook. Als ik in een gelukkige bui - na inderdaad een aantal fijne cocktails - toch besluit dat het uitzicht het vastleggen waard is, is dit namelijk het resultaat..:

Ik geef toe dat het geen fotografische hoogstandjes zijn, maar laten we het er maar op houden dat ik gewoon iets te veel aan het genieten was om me daar druk om te maken.

zondag 23 augustus 2009

Sleep

Vorige week bezocht ik het meest zuidelijke puntje van Manhattan. Waarschijnlijk om de energie van de stad te benadrukken, werden toeristen daar welkom geheten door een geweldige quote van Simone de Beauvoir:

"(...) there’s something in the New York air that makes sleep useless; perhaps it’s because your heart beats more quickly here than elsewhere" (Dat haar zin hiermee overigens niet af was en in America Day by Day vervolgd werd met "– people with heart conditions sleep less, and many New Yorkers die of heart problems," werd daarbij voor de gelegenheid maar even over het hoofd gezien..)

Geen zorgen: I do sleep. Maar ik moet toegeven dat slapen hier inderdaad niet al te hoog op mijn prioriteitenlijstje staat. Zoveel te zien, zoveel te doen!

Zo was er die avond dat ik met wat spiksplinternieuwe studiegenoten in Lower East Side 'funky' fietsers tegenkwam die met hun versterkte muziek hele groepen voorbijgangers aan het dansen kregen en die zelf ook tussen de taxi's hun fietsen neergooiden en begonnen te swingen. En waarop we eindigden in een achter/onder een gesloten speelgoedwinkel te vinden bar genaamd "The Back Room" waar cocktails in kop met schotel en biertjes in mokken geserveerd werden. Of die avond dat we een beetje naïef waren en dachten op vrijdagavond in Meatpacking district zomaar een tafel voor 15 te kunnen krijgen, maar een paar uur aan de bar zonder fatsoenlijk avondeten uiteindelijk ook geen slecht - en nog enigszins betaalbaar - alternatief bleek te zijn..

En dan is er de hitte. Inmiddels heeft een serie heftige onweersbuien de boel wat doen afkoelen, maar dat neemt niet weg dat ook de temperatuur maakt dat slapen er niet aantrekkelijker of althans niet gemakkelijker op wordt. Ik heb de ramen op mijn kamer op den duur maar gewoon dicht gedaan; frisse lucht is een illusie..

Gelukkig is er de Law School nog. Want daar vind je airconditioning (kou!) en een enorme hoeveelheid enorme fauteuils en hangplekken. Na een vermoeiende en verhitte week geniet ik dan ook volop van een half dagje hangen in de lounge, met koffie en studieboek binnen handbereik.

woensdag 12 augustus 2009

Sights & environs


The Financial District, Battery Park


World Trade Center Site, Ground Zero

419 West 115th Street, Campus

Broadway, ter hoogte van Columbia University

Underground ethics

Onder de noemer SubTalk probeert de Metropolitan Transportation Authority (MTA) met opvallende teksten de aandacht van reizigers te trekken. En dat lukt aardig. Inmiddels ben ik gefascineerd door de verschillende campagnes, en een beetje googelen leert dat ik niet de enige ben.

Eigenlijk ben ik dol op metro’s. Of in ieder geval, op buitenlandse metro’s. Hoewel het onder de grond vaak flink benauwd is en een rit tijdens spitsuur – whatever that may be in New York City – je standaard het gevoel geeft dat een douche geen overbodige luxe zou zijn, vind ik het heerlijk om ongegeneerd slechtgeklede mannen op weg naar hun werk, moeders met jengelende kinderen en ordinaire locals te bestuderen. Ook in dat opzicht is New York een feest.

Neemt niet weg dat de drukte ondergronds natuurlijk vraagt om problemen. En dat is precies waar de MTA-campagnes wat aan moeten doen. Seksuele intimidatie? ‘A crowded train is no excuse for an improper touch.’ Terrorisme? ‘If you see something, say something.’

Maar ook: ‘Lean on your best friend for the $50 he owes you. But don’t lean on the subway door.' En: ‘Feeling under the weather today? Best thing to do is not get on the train.’ (…) Een beetje moraliserend vindt men dit alles hier in NY wel – zo blijkt althans uit de reacties op internet. Wat volgt: ‘Eat your breakfast’?

Toch betwijfel ik of het hier puur en alleen om een moreel appel gaat. Vanwaar anders de expliciete verwijzingen naar wettelijke regels en mogelijke boetes? Moet ik mij onthouden van het uitschelden van het metropersoneel omdat dat nu eenmaal onfatsoenlijk is, of omdat schelden me geld gaat kosten? Moet ik mijn stoel afstaan omdat dat nu eenmaal hoort en ik daarmee een ander helpen kan, of om te voorkomen dat ik handel in strijd met de wet?


Een concreet beroep op de wil van de New Yorkers om de wet te respecteren, ben ik hier de afgelopen dagen al vaker tegengekomen. Volgens mij gebeurt iets dergelijks in Nederland veel minder. Naast de bekende maar voor leken nogal wat 'abracadabra' bevattende bordjes met 'verboden toegang ex art. 461 WvSr' kan ik in elk geval zo snel geen voorbeelden bedenken..

maandag 10 augustus 2009

You never get a second chance..

Een vlekkeloze start is geen voorwaarde voor een fantastische eerste indruk.
Downtown bruist het, en staat geen stoplicht echt op rood.. Uptown - op en om de Campus - is het geweldig en voel ik me nu al thuis: de mensen internationaal en voor een groot deel aan Columbia verbonden. De markets en shops indrukwekkend en bovendien inspelend op de zojuist gearriveerde student die niet had bedacht dat ze ook dekens en iets van servies mee had moeten nemen. En die niet zo goed tegen lege boekenplanken kan..
Zie hier mijn woon-, studeer- en leefomgeving: de Campus, Central Park, etc. En nee, het is niet altijd zo rustig, dat is het alleen als je om 7:00 am gaat joggen.




zondag 9 augustus 2009

Een jaar, twee koffers (2)

Amsterdam – London Heathrow: 1.5 uur vertraging. Dat ik vervolgens in staat was binnen twintig minuten mijn aansluitende vlucht te halen, verbaasde me eigenlijk niet zo heel erg – soms kan ik heel goed rennen, ook met laarzen met hakken. Tegelijkertijd had ik weinig hoop dat mijn koffers net zo hard hun best hadden gedaan. En inderdaad, aangekomen op JFK kon ik zonder te hoeven sjouwen de subway nemen en mijn eerste stappen op Manhattan zetten.

Over overzichtelijk en eenvoudig gesproken. Verhuizen met twee koffers en dan worden ze ook nog eens thuisgebracht. Na een eerste avond/nacht downtown – en wat drankjes in upcoming Brooklyn – vertrok ik dan ook uiterst optimistisch richting campus om mijn huurcontract te tekenen, mijn (gedeelde) appartement te bewonderen en mijn bagage in ontvangst te nemen.

Het liep iets anders. Het ‘bewonderen’ van het appartement was in de eerste plaats onmogelijk. Laten we het erop houden dat een voorliefde voor koken en allerhande ingrediënten niet zo goed samengaat met nooit geleerd hebben hoe in vredesnaam een afwasborstel – of stofzuiger, of dweil, of vuilnisemmer(!) – te gebruiken. (Het is te hopen dat mijn al drie jaar in het appartement wonende huisgenoot tenminste wel aardig is – donderdag komt ze terug van een weekje Guatemala.)

En die koffers? Die kwamen niet zomaar. Wellicht had dat iets te maken met het feit dat ik onbereikbaar was omdat mijn telefoon inmiddels was uitgevallen – ja, de oplader zat in mijn koffer. In ieder geval, na wat crisis-shoppen – ‘doet u mij die lelijke, goedkope Nokia maar ‘– en een akkefietje met een vastzittende, benauwde en gammele lift – zó Amerikaans, mijn ‘Can anybody help me? Please!’ – eindigde ik mijn dag onder schone lakens en naast een volle kledingkast. Schoonmaken komt wel, en een jaar lang traplopen is eigenlijk best goed voor me.

woensdag 5 augustus 2009

Een jaar, twee koffers

Mijn zusje vertrekt morgen - samen met haar vriend - naar een appartement drie straten verderop. Ik naar NY. Zij is drie dagen aan het schilderen en minstens een dag aan het op en neer rijden met spullen. Ik neem twee koffers mee en laat me door een taxi naar mijn gemeubileerde kamer brengen. Klinkt allemaal heel overzichtelijk en eenvoudig. Maar goed, ik heb er dan ook al een maandenlange voorbereiding opzitten. Zij heeft vorige week bedacht dat ze eigenlijk toch wel wilde verhuizen.

Voor vertrek naar NY een paar dagen naar mijn ouders. Spullen uitzoeken, inpakken, en vooral heel veel spullen naar zolder brengen. Voor als ik terugkom..

En ook: nog even genieten van rust en vooral ruimte. Van het eindeloze vlakke land. Om straks in de hoogte te kunnen turen en mensen te kunnen kijken. Over 24 uur ben ik in New York, op Manhattan.