
maandag 22 februari 2010
From a distance...

zondag 21 februari 2010
Plaatjes
vrijdag 19 februari 2010
Fast Food & Vasten
Buiten de VS leeft het idee dat vrijwel iedereen hier met overgewicht kampt. Films en documentaires laten Amerikanen zien die leven op fast food en alleen nog in joggingbroeken passen. Maar net als op zoveel andere vlakken is New York ook in dit opzicht anders. Iemand die hier woont is “New Yorker” en niet zozeer Amerikaan. Je ziet hier niet alleen een enorm scala aan nationaliteiten, maar ook op het gebied van fysieke verschijning – en modegevoel – kun je het zo gek niet bedenken of je komt het tegen. Te dikke mensen zijn er hier absoluut genoeg. Een paar blocks bij mij vandaan, waar je in hartje Harlem terechtkomt, zie je ze op elke hoek van de straat. Wat bevestigt dat het probleem alles met klasse en inkomen te maken heeft. Maar in andere delen van New York is het straatbeeld volledig anders.
Toch is New York in het geheel niet de ideale plek om te vasten. Want waar je ook komt, eten is overal. In de twee minuten die ik naar Law School moet lopen kom ik al een 24-uurs deli en een koffie/bagel/donut kar tegen. Op andere plaatsen in de stad is het nog veel erger en vliegen allerlei verschillende etensluchten je letterlijk om de oren. Consumeer! Eet!
Niettemin is vasten het proberen waard. Want waar eten dan misschien heel aanwezig is hier – religie is dat ook. De kerk hier om de hoek wordt sinds enkele dagen opgesierd door een groot spandoek met “Lent 2010,” en om mij heen vind ik meerdere enthousiastelingen.
En ja, ik heb ook carnaval gevierd. Al met al een goede gelegenheid dus om een aantal hier aangeleerde gewoonten de komende weken weer af te leren. Niet meer naar de dagelijke free coffee and cookies-sessie, geen yoghurt-pretzels en blueberry scones meer voor mij. Maar wanneer in maart mijn ouders en vriendinnen langskomen, hoe kan ik ze dan de Magnolia Bakery laten zien zonder zelf ook voor een superzoete pastelkleurige cupcake te zwichten?
vrijdag 5 februari 2010
Bilingual?
Afgelopen woensdag werd er in het kader van de serie “Careers in Law Teaching” een lunchlezing georganiseerd over “writing.” Hopend op wat inspirerende woorden – leer mij beter schrijven! – kon ik die na het college Jurisprudence en voor Human Rights mooi even bijwonen. Tussen 40 pizza etende studenten werd ik er inderdaad een beetje wijzer.
Ik wist al dat schrijven iets is waar je altijd mee bezig moet zijn, al was het maar om te voorkomen dat bepaalde skills verloren gaan. Bloggen werd om die reden dan ook van harte aangeraden.. Verder werd bevestigd dat een ieder die van (academisch) schrijven houdt, ook een continue strijd met woorden en paragrafen lijkt te delen. Mijn strijd wordt nog eens vergroot doordat ik het niet kan laten zeer precies met taal om te gaan, maar ik dat wanneer ik schrijf in het Engels niet altijd lijk te kunnen doen.
Een minder groot vocabulaire, maar vooral ook een minder sterk taalgevoel zijn daar debet aan. Wat klinkt mooier en wat zegt echt wat ik bedoel? Mijn vraag hoe hiermee om te gaan werd echter in zeer positieve termen beantwoord. Bilingual zijn maakt iemand een betere schrijver. Bewust van het relatieve karakter van een bepaalde taal, vergroot dit de kans dat je woorden en uitdrukkingen niet zomaar voor lief neemt. Net als het thuis zijn in meerdere disciplines, zorgen ook verschillende “taalperspectieven” voor een meer doordacht eindresultaat.
Heel leuk en aardig, maar het probleem is nu juist dat ik mezelf nog lang niet bilingual vind. Niet wanneer het op serieus schrijven aankomt, in ieder geval. Heel veel lezen en proberen stijlen te imiteren is waarschijnlijk de enige oplossing.
Aan het eind van de lezing wees de spreker op een essay van George Orwell: Politics and the English language. Een aanrader voor iedereen die wat met taal en schrijven heeft. En voor iedereen die taalverval wil tegengaan. Al met al nog genoeg te leren:
(i) Never use a metaphor, simile, or other figure of speech which you are used to seeing in print.
(ii) Never us a long word where a short one will do.
(iii) If it is possible to cut a word out, always cut it out.
(iv) Never use the passive where you can use the active.
(v) Never use a foreign phrase, a scientific word, or a jargon word if you can think of an everyday English equivalent.
(vi) Break any of these rules sooner than say anything outright barbarous.
zaterdag 30 januari 2010
Warme winterjas?
Toen ik begin oktober mijn mooie rode jas kocht, werd ik erop gewezen dat ik daar de winter niet mee door zou komen. Niet de winter in New York, in elk geval. Sneeuw en vooral kou was wat ik verwachtte – en inderdaad ook dat ik misschien een tweede en dan echt fatsoenlijk dikke, waterdichte winterjas zou moeten aanschaffen.
Maar tot nog toe niets van dat alles. Het is hier zelfs zo goed uit te houden dat ik aan oorwarmers, mutsen en handschoenen in het geheel niet doe . Hoewel dat misschien wel een beetje samenhangt met het feit dat mutsen me niet staan en ik na een week een van mijn nieuw geshopte handschoenen verloor – had ik er nog steeds twee, dan zou ik ze stiekem wel gebruiken, ja.
Het sneeuwde hier wel, in december. Maar vergeleken met de winterse buien in Nederland stelde het eigenlijk niets voor. De foto’s die ik in december van een besneeuwd thuis maakte, zijn indrukwekkender dan die van een wit New York. En nu, in januari, geniet ik van het frisse maar zonnige weer. De paar dagen die ik met wat studiegenoten op de Bahama’s doorbracht voordat we voor het tweede semester de vrieskou in New York in dachten te moeten, waren wanneer het op lichttherapie aankomt min of meer overbodig. De stralende luchten hier geven voldoende energie om er dagelijks op uit te trekken. Met slechts een trui aan joggen in Central Park is de beste manier om de dag te beginnen.
Toegegeven, sinds een dag of twee is de wind freezing en de kou snijdend. De voorspellingen zeggen dat dat nog wel even zo zal blijven. Maar ik ben er zeker van: een nieuwe winterjas gaat er dit jaar niet meer komen. De komende dagen maar gewoon even de warme bieb in, met uitzicht op een ongetwijfeld heerlijke New Yorkse lente.
dinsdag 26 januari 2010
"Heimwee"
Aan heimwee doe ik niet echt. En dat komt niet omdat ik hier koelbloedig mijn familie, vrienden, en het knusse Nederland vergeet. Ik heb genoten van de kerstvakantie; van het bijkletsen, de feestdagen, en gewoon het thuis zijn in de rustige polder. Toch zorgen skypen, chatten en bellen – en natuurlijk ook de hier gemaakte vrienden en het bruisende stadsleven – ervoor dat ik me vervolgens allesbehalve verloren voel na terugkomst in New York.
Toch zijn er bepaalde momenten waarop ik een soort van “heimwee” naar Nederland ervaar. Waar de nog altijd zichtbare historie van deze stad me eigenlijk continu aan Nederland zou moeten herinneren – met “Haarlem” om de hoek en wekelijks de taxichauffeur instruerend dat ik naar “115th & Amsterdam” moet – mis ik Nederland eigenlijk het meest tijdens mijn museumbezoekjes. Zo waren er de Vermeer’s in “The Frick Collection” en tijdens een speciale tentoonstelling in het "Met", die me deden zweren dat de Nederlandse luchten en het Hollandse licht uniek zijn. En vorige week, nu de rustige start van het tweede semester mij weer toestaat volop gebruik te maken van de gratis entree die mijn Columbia-studentenpas me verschaft, zag ik in het Museum of The City of New York een film over de historie van de stad waarin de Nederlandse wortels prachtig werden verbeeld. Bovendien was er een New York’s/Nederlands 17e eeuws interieur te bewonderen, inclusief “kasten” en wat al niet meer. En dan het MoMA, waar de Van Gogh’s tussen alle andere grote meesterwerken telkens opdoemen achter een onevenredig grote groep toeristen en andere museumbezoekers. Waarbij ik de neiging om kleine Amerikaanse jongetjes uit te leggen dat “wij in Nederland” Van Gogh – met zowaar twee keer die onuitsprekelijke “G” – zeggen, maar nauwelijks kan onderdrukken.
Misschien is heimwee niet helemaal het goede woord. Misschien is het meer iets van – ik durf het bijna niet te zeggen – trots op Nederland. Tussen alle internationale medestudenten word je al snel geassocieerd met het land waar je vandaan komt. Wanneer het om die luchten en penseelstreken gaat, vind ik dat helemaal niet erg.
vrijdag 11 december 2009
Study Groups
Meer nieuws over Columbia Law School during exam period. Study groups zijn hier een waar fenomeen. In de lobby, in elke vrije collegezaal, overal zitten ze. Of het op en top conformisme is - ik heb werkelijk wel drie of vier lunch-meetings bijgewoond waarin samen samenvatten en de tentamenstof doornemen nogal warm werd aanbevolen - of gewoon heel goed werkt, dat kan ik nu nog niet zo goed beoordelen. In elk geval ziet het er gezellig uit - je kunt pizza's bestellen en lekker de halve nacht doorpraten over de fundamenten of details van het rechtsgebied in kwestie. Mijn study group - voor Contract Law - komt vaak in de ochtend bijeen. Allemaal, behalve degene die zich die keer verslapen heeft, drinken we grote bekers koffie en ondertussen is het inderdaad fijn om elkaar een beetje moed in te praten en wat dingen te verhelderen.
Maar schijn bedriegt. Las vandaag online over ambitieuze (?) Columbia Law-studenten die klaarblijkelijk hun klasgenoten laten 'solliciteren' voor deelname aan een study group door ze een CV en cijferlijsten te laten inleveren. Slim hoor. Want wie wil er nu bijeen komen met studenten die wellicht dommer zijn? Maar anderzijds: waarom zou je je eigen kunnen inzetten om je grootse rivalen nog beter de stof te laten bevatten?
Of het waar is? Geen idee. Een leuk verhaal is het in elk geval wel.
"We come across some ridiculous news here at Above the Law. But few stories are as douchetastic as what happened last week at Columbia Law School. A tipster reports:
Some 1L chick has been asking a select few of her classmates if they’d be interested in forming a study group. Here’s the catch: in order to be “accepted,” you have to submit (1) resume, (2) undergraduate transcript."
Klik hier voor de rest.
donderdag 10 december 2009
De Bieb



(Butler Library; Law School Library; en ja, mijn buurman kijkt voetbal.)

vrijdag 6 november 2009
woensdag 28 oktober 2009
Geert
Eigenlijk was ik niet van plan er iets over te schrijven. Exposure genoeg. Maar vooruit: een heel kort stukje dan, omdat het toch wel interessant is om te vertellen.

dinsdag 20 oktober 2009
Law & Learning
In een Harvard Law Review-artikel uit 1996 beschrijft de Amerikaanse Judge Richard A. Posner ‘The Decline of Law as an Autonomous Discipline’. Hij meent dat waar recht lange tijd een grotendeels op zichzelf staande discipline was – waarbinnen juridisch denken en het aanhaken bij door de jaren heen ontstane doctrines een afdoende manier was om tot legitieme antwoorden te komen –, de noodzaak om ‘breder’ te beargumenteren tegenwoordig enorm is. Dit zou onder andere komen door een afname van politieke consensus, door het toegenomen belang van wetenschappelijke onderbouwingen in het algemeen en economische en filosofische inzichten in het bijzonder. Wie volgens Posner anno nu een kundig beoefenaar van het recht wil zijn, moet niet slechts over een juridisch vocabulair beschikken maar in meerdere disciplines bekwaam of toch ten minste open minded zijn.
zondag 11 oktober 2009
woensdag 7 oktober 2009
Zomaar een zonnige zondag









